Afgelopen zondagmiddag vond in C-Mine in Genk de tweede editie van de jobbeurs Make it happen plaats. De organisatie richtte zich specifiek tot kansengroepen, al dan niet met een migratieachtergrond. Tientallen rolmodellen uit de meest uiteenlopende sectoren stonden de aanwezige jongeren en hun ouders te woord. Bij het event hoorde ook een panelgesprek over het belang van onderwijs. Ik nam hieraan deel samen met Lieven Boeve, Othman El Hammouchi, Rachida Aghallaj en Tom Cox. Haast vanzelfsprekend ging het daarbij over gelijke onderwijskansen, het belang van levensbeschouwingen en de taak van de leerkracht.

Events zoals dit leggen een ongemakkelijke waarheid bloot. Te veel leerlingen verlaten het secundair onderwijs zonder diploma; in Limburg gaat het om 1 op 5. Die vinden misschien even hun plaats op de arbeidsmarkt, maar in veel gevallen ontneemt het gebrek aan een diploma heel wat andere carrièrekansen. De toegang tot hoger onderwijs is al helemaal uitgesloten. Leerlingen met een migratieachtergrond dreigen nog sneller uit de boot te vallen. Hun talenten zijn niet enkel onbenut, maar zelfs onontgonnen.

We dienen enkel maar een blik op de cijfers te werpen om deze ongemakkelijke waarheid te staven. Het aantal zittenblijvers in het secundair onderwijs is hoger wanneer het gaat om leerlingen met en andere nationaliteit, vooral dan in de TSO-richtingen. We hebben het dan niet noodzakelijk over leerlingen met een migratieachtergrond, die evenwel over de Belgische nationaliteit kunnen beschikken. Dat maakt dat het risico op schoolse vertraging en zittenblijven in geval van een migratieachtergrond nog hoger ligt dan de percentages aangeven. Het aantal leerlingen waarvan we weten dat er thuis een andere taal dan het Nederlands wordt gesproken neemt ook gestaag toe, idem voor diegenen die zich in kansenarmoede bevinden. Het verschil in slaagkans tussen wat we gemakkelijkheidshalve autochtone leerlingen noemen en deze met een migratieachtergrond bedraagt 30%. Het OESO-gemiddelde bedraagt 22% is. Het zijn deze jongeren die dubbel zoveel kans lopen om de school te verlaten zonder diploma en zonder zicht op werk.

Hier manifesteren zich twee problemen. Enerzijds moet aan vroegtijdig schoolverlaten een halt worden toegeroepen. Zeker in de grote steden, maar ook centrumgemeenten zoals Genk, Mechelen of Oostende. Anderzijds dienen leerlingen met een migratieachtergrond vlotter via het onderwijs, en volgens hun eigen talenten, te kunnen doorstromen. Zoals zo vaak wordt ook hier naar de scholen gekeken om voor een oplossing te zorgen. Maar deze problemen zijn zodanig complex dat de onderwijsinstellingen alleen dit niet kunnen klaren. Samenwerking met lokale besturen, het middenveld, de sociale en culturele sector en verenigingen is nodig. Want achterstand begint immers al in de kleuterklas. Het zijn vaak kansengroepen die hun kinderen niet of onvoldoende naar het kleuteronderwijs brengen. Zo lopen ze al een grotere kans op taalachterstand en vaardigheden komen zodoende onvoldoende tot ontwikkeling. In het verdere verloop van de schooltijd kan het belang van oriëntatie en begeleiding, maar ook van ouderparticipatie, niet genoeg worden onderstreept.

Aansluitend moet de superdiverse samenleving veel beter weerspiegeld worden in hoger onderwijs. En ook in leraarskamer. We willen inzetten op de instroom van studenten met een migratieachtergrond aan de hogeschool of universiteit. Ze ter plaatse krijgen is één zaak. Ze behouden een andere. Veel meer dan nu het geval is moeten onderwijsinstellingen focussen op maatwerk. Op correct advies. Op rolmodellen en aanspreekpunten. En vervolgens op toeleiding naar de arbeidsmarkt, het wetenschappelijk onderzoek of het ondernemerschap.

Wanneer we het hebben over kansengroepen en (het gebrek aan) succesvolle studenten en professionals met een migratieachtergrond dreigen we al te vaak te vervallen in clichés en veronderstellingen. Laten we niet in die val trappen en strijd voeren om symbooldossiers. Laten we ook niet de ogen gesloten houden uit vrees om te stigmatiseren. Want daarmee wordt de kloof tussen kansarm en kansrijk niet gedicht, zowel binnen het onderwijs als op het vlak van tewerkstelling. Waar is de sense of urgency?    

Onze arbeidsmarkt en kenniseconomie vragen sterke profielen. Talent wordt niet bepaald door herkomst of achtergrond. Een jobbeurs zoals Make it happen zou eigenlijk overbodig moeten zijn.  

Leave a Reply